De oorsprong van yoga

De oorsprong van de yogatechniek gaat terug naar het oude India duizenden jaren voor Christus. 

De samenleving van het oude India droeg een eenvoudig karakter. Het waren de oude priesters die tot taak hadden het volk te leiden, om wetenschap te bedrijven en om te zorgen dat de dingen in het leven evenwichtig verdeeld waren, gebaseerd op sociale rechtvaardigheid.

De priesters leefden niet binnen een gestructureerde kerkelijke orde, noch leidden zij perse een celibatair bestaan. In India erkent men niet zoals bij ons, een kerkelijke en invloedrijke macht, met een kerkelijk leider aan het hoofd. Priesters leefden in die tijd als vrije mensen.

De priesters hadden in de rotsen een grote zaal uitgehouwen waar men samenkwam en verder had ieder van hun een plaatsje in de rots uitgehouwen als persoonlijk vertrek waar hij net in kon staan en liggen. In Agra in India zijn nog enkele zulke uitgehouwen vertrekjes vinden die dateren van 900 na Christus. Deze plekken (kloosters) lagen zeer afgelegen en tegen berghellingen aan. Men kan zich wellicht indenken dat deze priesters zich bezighielden met de wetenschap van het leven. Zij gingen altijd uit van de eenheid van lichaam en geest. In dit hoge denken kreeg het lichaam een gelijkwaardige plaats. Zo kon een vorm van yoga - “de hathayoga” (de lichamelijke kant van de yoga) - ontstaan.

In 800 na Christus bezochten Tibetanen Noord-India en namen yoga mee naar Tibet. Hier ontstond een eigen yogavorm.

Terug naar Yoga & Mindfulness